Bijzonder getallen: het getal nul

Het getal nul (0) is een bijzonder getal. Het duidt namelijk aan dat er niets is; en toch maakt het vaak een groot verschil. Denk maar eens aan het verschil tussen 1, 10, 100 en 1000.

De geschiedenis van nul

Het getal nul werd in 628 voor het eerst gebruikt, in India, door de geleerde Brahmagupta. Die stelde een aantal rekenregels op voor het rekenen met het getal. Pas in de negende eeuw werd het getal in India echter echt gebruikt. De oude Egyptenaren waren die eersten die een teken gebruikten om ‘niets’ aan te geven, maar dat teken betekende niet hetzelfde als het getal nul. De Babyloniërs hadden ook geen teken voor nul, maar gebruikten een lege ruimte om iets aan te duiden wat er niet was. In Europa wordt het getal nul pas in de twaalfde eeuw een gangbaar getal. Dit komt omdat de Romeinen er eerder niets vanaf wilden weten. Zij gebruikten het woord ‘nulla’ om niets aan te duiden, en het woord ‘nihil’ als een berekening op niets uitkwam. Voor getallen als 10, 100 en 1000 gebruikten zij de letters X, C en M. Het (theoretische) probleem dat dit opleverde was dat dit tot lange getallenreeksen leidde, waarbij heel grote getallen niet in een klein aantal symbolen konden worden weergegeven. Ook de oude Grieken hadden geen nul. Zij dachten namelijk: Kan iets wel niets zijn? Een heel filosofische discussie dus.

Unieke eigenschappen van nul

Het getal heeft naast een bijzondere geschiedenis ook een aantal unieke eigenschappen. Zo is vermenigvuldigen met nul altijd nul, is delen door nul niet toegestaan en zijn een heleboel andere rekenkundige bewerkingen voor het getal nul niet gedefinieerd.

Bronnen: NRC Handelsblad, Nemo Kennislink en Wiskunde.net

Share Button